Analyse: Houden de COP26-beloften de opwarming onder de 2 oC?

Afhankelijk van wie je het vraagt, lijkt de COP26-klimaattop de beste of de slechtste ooit.

De werkelijkheid ligt genuanceerder. Er is vooruitgang geboekt bij het afvlakken van de curve van toekomstige emissies door klimaatbeleid en dalende kosten voor schone energie. Tegelijkertijd is de wereld nog lang niet op schema van de doelstellingen van de Parijsakkoorden om de opwarming te beperken tot 1,5 oC of  “ruim onder” 2 oC. Netto nul zou tegen 2100 leiden tot 1,4 oC à 2,6 oC. De afspraken van Parijs en van COP26 zijn vergeleken Er is op diverse niveaus gekeend, naar beleid, naar toezeggingen etc.
Voor de volledige analyse klik hier: Analysis: Do COP26 promises keep global warming below 2C? – Carbon Brief

Mediane emissiescenario’s die zijn aangepast van figuur 3.1 in het UNEP Emission Gap Report 2021 met NDC-updates vanaf 9 november 2021. Rode lijn toont een scenario zonder nieuw klimaatbeleid na 2010, oranje toont bestaand beleid dat al door overheden is geïmplementeerd, gele en lichtblauwe lijnen tonen aanvullende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke NDC’s, blauwe lijn toont emissies die consistent zijn met een traject onder 2C, paarse lijn onder 1.8C en grijze lijn toont emissies consistent met een traject onder 1.5C. Grafiek door Carbon Brief met behulp van Highcharts.

Het klimaatpact van Glasgow





Korte samenvatting van de slotverklaring, Harrie Jorna

Het klimaatakkoord telt na de inleiding 97 punten. De voor deze site 38 minst relevante punten niet zijn opgenomen. Voor het samenvatten zijn de formuleringen geëffectueerd  uiteraard zo weinig mogelijk ten koste van de inhoud.. (Tussen haakjes staat soms nadere uitleg in dit lettertype.)

13 november 2021

Rutte tijdens de klimaattop CO26 in Glasgoow

De Conferentie van de Partijen (COP), de  26-ste klimaatconferentie

herinnerend aan artikel 2 van de Parijsakkoorden (om de opwarming van de aarde “ruim” onder de 2 oC te houden en proberen tot 1,5 oC te beperken.)

erkennende de verwoestende gevolgen van de coronavirusziekte pandemie 2019 die deze top deed uitstellen en het belang van een wereldwijd herstel hiervan,

wijzend op het belang van ecosystemen en de biodiversiteit bij maatregelen tegen de klimaatverandering: bossen, oceanen, de cryosfeer en het belang voor het concept “klimaatrechtvaardigheid” (aangekaart door de 100.000 demonstranten in Glasgow die boos waren dat dit alleen ‘voor sommigen’ als belangrijk werd beschouwd)

waardering uitend  voor de verhoogde doelstellingen om de sectorale acties tegen 2030 te versnellen,

I. Wetenschap en urgentie

1. erkent het belang van de wetenschap voor effectief klimaatbeleid;

2. looft het zesde beoordelingsverslagvan het IPCC (Het milieu is door menshanden “ongekend” snel veranderd) en de verslagen van de Wereld Meteorologische Organisatie en verzoekthet IPCC zijn verslagen in 2022 voor te leggen aan het Hulporgaan voor Wetenschappelijk en Technologisch Advies;

3. is ernstig bezorgd over de1,1 °C opwarming en dat de budgetten voor de Parijsakkoorden klein zijn en snel worden uitgeput (De VS, met de hoogste emissies, verzette zich tegen deze tekst);

5. benadrukt de noodzaak  aanpassing en financiering in dit kritieke decennium te versterken;

II. Aanpassing

6. neemt met ernstige bezorgdheid kennis van de bevindingen van het IPPC dat klimaatextremen inderdaad zullen toenemen bij stijgende temperatuur;

7. benadrukt de noodzaak van het versterken van de financiering, capaciteitsopbouw en technologieoverdracht, het aanpassingsvermogen en de veerkracht om de klimaatkwetsbaarheid te verminderen door de inzet van de best beschikbare wetenschap;

11. erkent het belang van de mondiale aanpassingsdoelstellingvoor de uitvoering van de Parijsakkoorden en looft het werkprogramma “Glasgow-Sharm-el-Sheikh” over mondiale aanpassing;

12. merkt op dat “Glasgow-Sharm-el-Sheikh” onmiddellijk na COP27 zal starten;

13. verzoekt de IPCC haar bevindingen voor te leggen aan COP27: aanpassingsbehoeften, gevolgen van klimaatverandering en responsopties;

III. Financiering van de aanpassing

14. stelt met bezorgdheid vast dat de huidige financiering voor aanpassing (VN-experts: de wereld moet 5 tot 10 keer meer uitgeven om kwetsbaren te helpen bij onvermijdelijke milieu-omwentelingen) ontoereikend is voor ontwikkelingslanden;

15. dringt er bij de rijke landen op aan de klimaatfinanciering, technologieoverdracht en capaciteitsopbouw te versterken voor de uitvoering van aanpassingsplannen, ook van de ontwikkelingslanden;

17. looft de recente toezeggingen van veel rijke landen hun klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden te verhogen;

18. dringt er bij de rijke landen op aan hun klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden ten minste te verdubbelen tegen 2025 (Dit was voor veel ontwikkelingslanden een belangrijker cop26-doel dan toekomstige emissies vermijden.);

IV. Mitigatie (Verzachting)

20. bevestigt de temperatuurdoelstelling van de Parijsakkoorden om de stijging van de mondiale temperatuur ruim onder 2 °C te houden en de inspanningen deze beperken tot 1,5 °C. (Volgens meerdere schattingen buigt de Glasgowdeal de curve hiertoe niet genoeg om.);

21. erkent dat de gevolgen van de klimaatverandering veel sterker zullen zijn bij een temperatuurstijging van 2°C dan van 1,5°C en besluitzich in te spannen deze tot 1,5 °C te beperken;

22. erkent dat hiertoe een snelle vermindering van de wereldwijde uitstoot van alle broeikasgassen vereist is: kooldioxide-emissies -45 % tegen 2030 tot -100% rond 2050;

23. erkent dat dit in dit decennium versnelde acties vereist, met de best beschikbare wetenschappelijke kennis en billijkheid, met gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en nationale capaciteiten in de context van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding;

24. is ingenomen met het aankondigen van actuele nationale bijdragen, langetermijnstrategieën tegen broeikasgasemissies en andere acties om de temperatuurdoelstelling van de Parijsakkoorden te behalen;

25. neemt er met ernstige bezorgdheid kennis van dat het totale broeikasgasemissieniveau, in 2030 naar schatting 13,7 % boven dat van 2010 zal liggen;

26. benadrukt dat lidstaten hun inspanningen moeten opvoeren de emissies te verminderen door versnelde acties overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de Parijsakkoorden;

27. besluit tot een werkprogramma ter uitvoering van de mitigatieambitie in dit decennium, (“Mitigatie” is het minimaliseren van de uitstoot van broeikasgassen. De huidige toezeggingen zijn veel te mager) aan te bevelen bij de COP27;

29. herinnert aan artikel 3 en 4 (lid 3, 4, 5 en 11) van de Parijsakkoorden en verzoektde lidstaten hun streefcijfers voor 2030 daaraan aan te passen vóór 2023 (Deze top heeft het tijdschema bekort. Veel landen planden geen significante emissiereducties tot 2031.);

31. besluit jaarlijks een ministeriële rondetafelconferentie over de ambities van vóór 2030 bijeen te roepen, te beginnen tijdens COP27;

32. dringt er bij de lidstaten op aan om vóór COP27 volgens artikel 4, punt 19, van de Parijsakkoorden hun langetermijnstrategieën naar netto-nul-emissies rond 2050 mee te delen;

33. verzoekt de lidstaten deze regelmatig bij te werken volgens de best beschikbare wetenschap;

36. verzoekt de lidstaten de implementatie hiervan te versnellen door maatregelen voor schone energieopwekking en energie-efficiëntie, en door de uitfasering van steenkool en inefficiënte subsidies voor fossiele brandstoffen waarbij de noodzaak van een rechtvaardige transitie wordt erkend (De vermelding hiervan is een breuk met eerdere VN-klimaatakkoorden. In een last-minute-verandering drongen China en India, mede namens een groep andere ontwikkelingslanden, aan op het veranderen van “uitfasering” naar “afbouw”, maar dat heeft het definitieve ontwerp niet gehaald.);

37. verzoekt de lidstaten maatregelen te overwegen om tegen 2030 de uitstoot van andere broeikasgassen dan kooldioxide, zoals methaan, te verminderen;

38. benadrukt het belang van bescherming en het herstel van ecosystemen om de temperatuurdoelstelling van de Parijsakkoorden te bereiken, door terrestrische en mariene ecosystemen die fungeren als reservoirs van broeikasgassen te beschermen, waarbij sociale en milieuwaarborgen worden gewaarborgd;

V. Financiën, technologieoverdracht en capaciteitsopbouw voor mitigatie

41. neemt met zorg kennis van de groeiende behoeften van ontwikkelingslanden, door klimaatverandering en coronapandemie;

43. benadrukt dat klimaatfinanciering uit alle bronnen nodig is om de Parijsakkoorden te bereiken, met ook 100 miljard USD per jaar meer steun voor de  ontwikkelingslanden;

44. betreurt ten zeerste dat dat nog niet is bereikt (Rijke landen kwamen niet hun belofte na om jaarlijks $100 miljard te geven aan ontwikkelingslanden voor groenere economieën en de aanpassingen aan klimaatverandering.), maar looftde toegenomen toezeggingen van de rijke landen;

46. dringt er bij de rijke landen op aan de 100 miljard USD vóór 2025 te voldoen en benadrukthet belang van transparantie daarbij;

48. benadrukt de noodzaak van meer financiële middelen voor de lidstaten die bijzonder kwetsbaar zijn voor de klimaatverandering, en moedigtsteun aan, ook met bijzondere trekkingsrechten (recht om de eigen valuta om te zetten in valuta’s waaraan speciale behoefte bestaat.);

49. is met waardering ingenomen met  een nieuwe collectieve gekwantificeerde doelstelling inzake klimaatfinanciering, en ziet uitnaar het ad-hoc-werkprogramma (n.a.v.CMA.3) met de acties daarin;

50. onderstreept  het belang hiervan, om armoede uit te roeien en financieringsstromen te richten op het verlagen van broeikasgasemissies en op klimaatbestendige ontwikkeling;

54. onderstreept dat het noodzakelijk is de financieringsstromen op transparante en inclusieve wijze in te zetten naar een lage uitstoot van broeikasgassen in de context van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding;

55. verzoekt de rijke lidstaten de financieringsactiviteiten van ontwikkelingsbanken sneller te doen afstemmen op de Parijsakkoorden;

57. erkent dat ontwikkelingslanden lacunes bij de capaciteitsopbouw moeten onderkennenen klimaatacties en oplossingen hiervoor moeten katalyseren;

58. is ingenomen met de resultaten van de “COP26-katalysator voor klimaatactie” en de krachtige toezeggingen van veel lidstaten om de capaciteitsopbouw te steunen;

60. benadrukt het belang van samenwerking bij technologieontwikkelingen ter mitigatiede daartoe nodige innovaties en de adequate financieringen daartoe;

VI. Verlies en schade

61. erkent dat de klimaatverandering schade heeft veroorzaakt en in toenemende mate zal veroorzaken en dat de klimaatextremen een steeds grotere sociale, economische en ecologische bedreiging vormen (Zelfs als we morgen stoppen met fossiel en biljoenen dollars spenderen aan aanpassingen, zullen de klimaatgevolgen catastrofaal zijn);

63. herhaalt de noodzaak van opvoering van financieringen, technologieoverdracht en capaciteitsopbouw voor het voorkómen en aanpakken van schade, met name in de zeer klimaatkwetsbare ontwikkelingslanden  (die geen schuld daaraan hebben, maar het meest eronder lijden. Zij vroegen schadevergoeding aan de rijke landen, maar deze wilden niet aansprakelijk worden gesteld.);

65. erkent het belang van vraaggestuurde technische bijstand bij capaciteitsopbouw voor de aanpak van schade;

66. is ingenomen met het Santiago-netwerk (opgezet in 2019) voor de aanpak van schade, inclusief de institutionele regelingen ervan;

71. erkent het belang van coherentie van maatregelen tegen de gevolgen van de klimaatverandering;

72. besluit partnerschappen te versterken tussen ontwikkelingslanden en rijke landen om te komen tot fondsen en technische agentschappen;

73. besluit tot een Glasgow-dialoog (eerder werd dit een “faciliteit” genoemd, maar de rijke landen weigerden dit woord dat hen verantwoordelijk zouden stellen voor schade.) in de eerste zittingsperiode van elk jaar (tot juni 2024) tussen partijen, relevante organisaties en belanghebbenden voor de financiering van de afwending en aanpak van schade;

VII. Tenuitvoerlegging

75. besluit snel werk te maken van de volledige uitvoering van de Parijsakkoorden;

82. evenals met  CMA.3, waarin de Mondiale Milieufaciliteit hetzelfde wordt verzocht en moedigt de Mondiale Milieufaciliteit aan nauw samen te werken met o.a. de Taskforce voor Klimaatfinanciering en de “COP26-katalysator “;

83. neemt kennis van het herziene mandaat van de deskundigenadviesgroep in de bijlage bij besluit-/CP.26;

VIII. Samenwerking

86. merkt op dat de Parijsakkoorden moeten worden  nagekomen en verzoektde VN in 2023 wereldleiders bijeen te roepen om de ambitie tot 2030 te overwegen;

87. erkent het belang van internationale samenwerking bij innovatieve klimaatacties, door alle actoren in de richting van de Parijsakkoorden;

88. erkent  de rol van ongebonden belanghebbenden: het maatschappelijk middenveld, autochtone bevolkingsgroepen, lokale gemeenschappen, jongeren, kinderen (Aan het einde van de conferentie erkende de secretaris-generaal van de VN, António Guterres, de rol van jongeren, inheemse gemeenschappen, vrouwelijke leiders en “klimaatactielegerleiders”. Hij zei: “Trek je nooit terug. Ik zal bij je zijn.” Jeugdklimaatactivisten zoals Greta Thunberg hebben miljoenen jongeren geïnspireerd.) en lokale en regionale overheden;

Vergelijking van de verwachte klimaatresultaten van de toezeggingen voor 2030 (rood en oranje) en netto-nultoezeggingen (licht- en donkerblauw) in de klimaatactietrackerrapporten van december 2020 en May 2021. De bijgewerkte schatting van Carbon Brief die rekening houdt met nieuwe toezeggingen rond COP26 wordt in geel weergegeven. Grafiek door Carbon Brief met behulp van Highcharts.

89. is ingenomen met het partnerschap van Marrakech voor de versterking van de ambitie, het leiderschap en de acties op hoog niveau, en met het platform “Niet-overheidszone voor klimaatactie” om de verantwoordingsplicht en de voortgang van vrijwillige initiatieven te bevorderen;

90. is ingenomen met de regionale klimaatweken waarin belanghebbenden hun reacties op de klimaatverandering kunnen versterken en moedigtvoortzetting daarvan aan;

91. dringt erop aan vroegtijdig te beginnen met de uitvoering van het werkprogramma van Glasgow, rekening houdend met mensenrechten, gendergelijkheid en vrouwenempowerment;

92. dringt erop aan te zorgen voor participatie van jongeren in multilaterale, nationale en lokale besluitvormingsprocessen in dezen;

93. benadrukt de rol van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen bij maatregelen tegen klimaatverandering, en dringt erop aan deze actief te betrekken bij het ontwerpen en uitvoeren ervan;

96. neemt kennis van de geraamde gevolgen van de activiteiten voor de begroting;

Voor de samenvatting van alle 97 punten van het Glasgowklimaatpact klik hier

Hier vindt u de officiële tekst in het Engels (wel elektronisch vertaalbaar) van 7000 woorden, af en toe door de verslaggever becommentarieerd.