Gas-afhankelijkheid
Sinds we geen gas meer uit Rusland halen en het Groningenveld sluit, groeit de zorg over onze afhankelijkheid. Het meeste vloeibare aardgas (LNG) komt nu uit Amerika, gevolgd door Qatar. Ook Nieuwsuur stelde de vraag of we strategisch enkele Groningse putten open moeten houden. Maar als LNG in de keten meer dan zes keer vervuilender blijkt dan conventioneel aardgas, is de vraag of we het debat niet fundamenteel anders moeten voeren.

In plaats van te kiezen voor een variëteit aan leveringslanden of het achter de hand houden van het Groningenveld, moeten we natuurlijk van het gas af. Dat is niet alleen strategisch van belang, maar vooral nodig vanuit het oogpunt van het klimaat. Welke opties zijn er daarvoor?

Totaal beschikbaar = import + productie ≈ 24,6 – 28 bcm + 9,3 bcm ≈ 33,9–37,3 bcm ≈ 1 073–1 182 PJ. Verbruik = 950 PJ → ~83–89% van totale beschikbaarheid

De laatste tijd zien we de opkomst van warmteproductie met e-boilers, die met name gebruikmaken van elektriciteit tijdens uren van overschot. Dan sla je dus elektriciteit op in de vorm van warmte.
Zonthermie, vooral geconcentreerde zonthermie met parabolische trogspiegels, kan ook in Nederland een belangrijke rol spelen voor de industrie, omdat temperaturen tot 400°C haalbaar zijn. De techniek is vooral effectief in combinatie met thermische dag- en seizoensopslag. Opslag tot circa 200°C kan in water onder druk; bij hogere temperaturen zijn olie of vloeibaar zout nodig. Voor seizoensopslag komen steeds meer oplossingen beschikbaar. Sommige deskundigen schatten dat zonthermie met warmteopslag tot 30% van de warmtevraag kan dekken. In de winter is de opbrengst lager, maar in combinatie met e-boilers en andere hybride systemen kan jaarrond warmte worden geleverd. E-boilers benutten daarbij vooral stroomoverschotten door elektriciteit om te zetten in warmte. Zonthermievelden vragen ruimte, maar doorgaans minder dan grootschalige PV-systemen.
In de tweede plaats kunnen we kijken naar de inzet van geothermie, met name voor verwarming van de gebouwde omgeving en bedrijfsmatige warmtevraag tot ongeveer 90 graden. Geothermie kan waarschijnlijk ongeveer 25% (Thermogis) van deze warmtevraag voor haar rekening nemen. Het is een goed uitontwikkelde techniek; het hele realisatieproces inclusief onderzoeken en vergunningen kost wel meerdere jaren.
In de derde plaats is het van belang om de intensieve gasgebruikende industrie om te schakelen. Verhoudingsgewijs is er voor het bereiken van hoge temperaturen enorm veel elektriciteit nodig, terwijl het stroomnet al heel vol zit. Dus op korte termijn zal de inzet van elektriciteit het industriële gasgebruik slechts beperkt verminderen. Groene waterstof zou voor sommige energie-intensieve industrieën, zoals de kunstmest en chemische industrie een alternatief kunnen zijn.
Waterstof is een andere optie, vooral geschikt voor grootschalige en seizoensopslag, bijvoorbeeld in zoutcavernes. Omdat waterstof vaak in verbindingen wordt getransporteerd, kan het efficiënt worden opgeslagen. Grootschalige, betaalbare beschikbaarheid laat echter nog op zich wachten, waardoor de verwachtingen de afgelopen jaren naar beneden zijn bijgesteld, vooral door hoge kosten. Tegelijk gaan de technologische ontwikkelingen snel. Er zijn signalen dat de prijs van groene waterstof die van grijze waterstof nadert, wat het voor industrieën die nu grijze waterstof gebruiken aantrekkelijker maakt om over te stappen.
